Back

Met een droge keel na de overtocht

Mehdi-Georges Lahlou © Ivan Put

En als we nu eens de voorkeur zouden geven aan een zijweg in plaats van de kortere weg te kiezen?
“À gorge sèche après la traversée” brengt door “verplaatsing” bewogen kunstenaars bijeen: of ze nu hun wortels van hier of die van ver weg koesteren, of ze hun afkomst opeisen of juist niet: allen bekijken de geglobaliseerde wereld met een poëtische blik, hun veelvoudige identiteiten dooreenknedend; ze remodelleren naar hartenlust hun dubbele of driedubbele cultuur, spelend met al dan niet fysieke of metaforische afstanden. Ze bouwen vlonders en bruggen in alle richtingen. Ze ontginnen grauwe vlaktes, als ons daar al niet in willen verdwalen. Ze nemen ons mee op intieme reizen of collectieve zwerftochten die ons telkens stomverbaasd, verbouwereerd, verrukt, futloos, zelf uitgedroogd achterlaten, maar die onze honger en dorst naar de wereld alsmaar groter maken.

Dit hele gebeuren is ontworpen als een som van allerhande soorten van overtochten: het platteland van Tourinnes-la-Grosse verandert hiermee in een gebied van talloze mogelijkheden en utopieën. Zo heeft de Franse kunstenares Halida Boughriet de inwoners van Saint-Denis, een voorstad van Parijs, opgeroepen tot een uitzonderlijke ervaring in samenleving: ze vraagt hen nader tot elkaar te komen, elkaar aan te raken, letterlijk èèn te worden; om zo de los geworden banden weer aan te halen en het uitgerafelde sociale weefsel zachtjesaan weer hecht te maken.
Wat ons samenbrengt en wat ons van elkaar scheidt, dat is ook het thema in het werk van Murat Adash en Hiba Farhat. Het Duits-Libanese duo heeft een honderdtal componisten, beeldende kunstenaars, choreografen en schrijvers gevraagd naar hun persoonlijke visie op de normaliteit. Het resultaat is een meerstemmig multimedia werk waarin de abnormaliteit gelukkig de boventoon voert.. De Zuid-Afrikaanse Candice Breitz wil ons de complexiteit van de wereld en haar onderliggende betrekkingen doen gadeslaan via een stap opzij: zij stelt voortdurend, als het ware in ondertiteling , impliciete vragen bij haar hoedanigheid van blanke kunstenares, geboren in een land met segregatie. Haar video’s zijn een ode aan de discrepantie, normen worden omgedraaid zodat uiteindelijk niemand, noch blank, noch zwart, nog echt “op zijn plaats” lijkt.

Zijn plek zoeken, ja zelfs vinden, is dat niet wat iedereen wil die aan een overtocht begint? En het vraagstuk van “de plaats van de vrouw” dan? Dat komt her en der in de exposities ook aan bod. De Marokkaanse Fatima Mazmouz amuseert en verbluft ons met haar werk rond het lichaam van de zwangere vrouw. Vanuit alle hoeken en kanten toont ze ons die bolle buik: gesacraliseerd door alle samenlevingen en toch aanleiding gevend tot heel wat vermaak door het oog van de kunstenares. We laten ons fascineren door de videoinstallatie van Ymane Fakhir: ze neemt de handen van haar grootmoeder onder de loep; handen die regelmatige ambachtelijke gebaren maken. Zo vertelt ze ons een verhaal over voorouderlijke tijden, over bestendigheid, tegelijkertijd discreet wijzend op de moeilijke positie van de vrouw.

Onze overtochten, dat zijn ook de ontelbare eeuwenoude tochten die de middellandse zee doorkruisen en die vele kunstenaars met zich mee dragen en op duizenden manieren “be” en “ver”werken. De uit Casablanca afkomstige en in Brussel wonende kunstenaar Younes Baba Ali stort ons in duizelingwekkende identiteitsdiepten met zijn geluidinstallatie “Tout le monde s’appelle Mohamed “- (Iedereen heet Mohamed). De Marokkaanse Gentenaar Ben Benaouisse doet met zijn installatie verwikkelingen klinken als beloftes.
Al die kunstenaars onderzoeken de rijke en complexe affecten die het Oosten met het Westen verbinden en omgekeerd. Hun werken vormen een voortdurend, nooit aflatend heen en weer tussen culturen en identiteiten.

Met een droge keel dus. Zelfs als het woord daardoor plots onzeker wordt. Zelfs als het onuitsprekelijke dan soms de overhand krijgt. De boerderijen van Tourinnes en de hele omgeving zullen zinderen van in hun vertaling verbrokkelende woorden; van herinneringen die zo vaak opgehaald worden dat ze dooreen lopen, van feiten die zich verdraaien omdat ze te pas en te onpas worden vermeld … Ook in het werk van de Marokkaanse Randa Maroufi vinden we al die onrustwekkende en amusant aspecten van de mondelinge overlevering terug. De Italiaanse Anna Raimondo stelt ons dan weer een polyfoon werk voor waarin woorden opzwellen tot zo’n geroezemoes dat de taal erin verdrinkt: men meent het woord “mediterraneo” te horen opborrelen maar het is of alle klinkers en medeklinkers schipbreuk lijden. Dezelfde neiging tot weelderige vervaging vinden we terug bij de Franse schilderes Pascale Rémita: de wattige, fluweelachtige, wollige textuur van haar schilderijen wekt de indruk van een reis op de tast in een wazig landschap.

In vergelijking daarmee is het licht waarin beeldend kunstenaar Frédéric Fourdinier de vale, groenachtige bizarheid van een verlaten mijnstad in Marokko vangt veel harder, alhoewel nog niet helemaal ontdaan van zijn nevelen: de kijker wordt meegenomen op een expeditie vol spookbeelden. De in Palestina wonende, Syrische kunstenaar Yazan Khalili neemt ons met zijn installaties en foto’s dan weer mee naar vreemde plekken, naar militaire terreinen, dorre landschappen en ruïnes van kermissen. Bij elke boerderij, elke kapel, elk weggetje en vijver zal Tourinnes-la-Grosse ons een oord lijken waar alle andere streken oneindig dichtbij zijn en waar de omweg, zelfs de aftocht ons vooruit brengt.

Mehdi-Georges Lahlou, curator, met Thomas Jean