Back

Omheining, die horizon die ons achtervolgt

Manu vb Tintoré & JeanF Jans, commissaires / curators

“Nul n’est pris qu’à ses propres sortilèges” (Claude Cahun)

Omheining… horizon… achtervolgt; twee zelfstandige naamwoorden en een actief werkwoord kruisen de degens in deze uitspraak waaraan negen kunstenaars een mozaïekinvulling zullen geven in de bijna duizendjarige omgeving van Tourinnes-la-Grosse.

De kunstenaar van elders, de brusselaar, zoals ze in Tourinnes zeggen, kneedt de plaatselijke klei (codes, voorwerpen, personen), en gaat soms tegennatuurlijke allianties aan met de drie woorden van die uitspraak, gewend als hij is om zijn dagelijkse burgeroorlog te voeren, de belegering van het lege blad – horizon of omheining –, de bres metend die toegang geeft tot die omheining om er de contouren van zijn eigen horizon in af te bakenen.

Niet zo eenvoudig ! De duizeling van het onmiddellijke, uit urgentie ontstane gebaar of het discrete gemurmel na een lange meditatie zijn twee mogelijke variaties van de zoektocht naar een “centrum” om zijn onrust in te nestelen.

Centrum of plek?

De dichter Jaccotet definieert “de plek” als de basis van de ogenblikkelijke gewaarwording van een harmonie, een ingeschapen evenwicht. Misschien is het dàt gevoel dat Tourinnes uitstraalt en waarin de kunstenaars hun interventie inbedden in een poging er meer in te zien dan een “plek”: namelijk een landschap, een oordeelloze ruimte precies op de plaats waar de kunstenaar het element vindt dat aan die omheining een onverwachte horizon verleent. En die een verdere verkenning kan aanzwengelen die anders zou zijn weggezakt.

Datzelfde geldt voor de taal. Sinds de steentijd doorkruisen stammen en clans het dorp. Nomadenstemmen  hebben sedentaire stemmen bezwangerd en vermengd, ongetwijfeld nog altijd. Daarbij verschuift de cursor van de ogenblikkelijke gewaarwording naar een gewaarwording die meer is toegespitst op de complexere flanken van onze werkelijkheid: hoe zou een kunstenaar daarin geen materie kunnen vinden voor het creëren van een subjectief landschap, even gastvrij als de locatie, in tegenstrijdigheid gegroeid?

Daarbij bouwt Dries Meddens voort op een vroege herinnering: het luisteren naar een onbegrijpelijk Vlaams dialect van een vrouw bij zijn vriend Boris Beaucarne thuis. Zo roept hij resterende flarden op maar ook nieuwe taalmetamorfoses in het dorp. Zijn Babel-Meule (=mond) is het slagveld waaruit een nieuwe, niet noodzakelijk virtuele, taal opstaat.

Manu vb Tintoré deelt die belangstelling. Zijn Champs ouverts op het speelterrein vormt –bij monde van de schrijver Carles Battle- de overstijging van de geluidsidentiteit van een taal. Die taal wordt geacht de diepe worteling in de voedende aarde te zijn van de persoon die haar spreekt. Zo diep dat hij de ontmoeting met de ander durft aan te gaan, zijn buur, die hem uit zijn eenzame ruimte bevrijdt; die ruimte van schaduwen (en zekerheden) om zijn nieuwsgierigheid te wekken voor de wereld van de levenden (en het risico).

Die poëtische en discrete nieuwsgierigheid brengt de onvermoeibare Philippe Herbet op het pad van een bespiegelend, traag en geduldig nomadisme. De getemperde visuele –en geluidssfeer verleent een geheel nieuwe waarde aan de bezochte personen en plaatsen; een stille kracht die het herlezen van Een maand op het land van Yvan Tourgueniev zou kunnen begeleiden.

Diezelfde trage en transcendentale tijdsbeweging brengt de onderzoeker Aljosha op het spoor van de toekomst: aangezien de droom voorafgaat aan de kennis, hangt de kunstenaar weidse, organische, “bioische” (zijn eigen term) vormen op in de hoofdbeuk van de kerk van Beauvechain. Dat gebouw is zelf symbolisch georganiseerd rond het begrip “leven”. De ene abstractie voegt zich in de andere waarbij die eerste ooit door de wetenschap tot leven gewekt zou kunnen worden.

Christophe Terlinden kiest voor een derde leven. In de lijn van zijn oom die de Maria verering van de kapel ontwierp, in navolging van zijn vader die de maagd en het kind een nieuwe kroon gaf ter vervanging van het origineel dat ergens anders wordt bewaard. Net zo sluipt de kunstenaar haastig naar binnen om aan de stompjes van de armen van de maagd en het kind een gedienstige hand te zetten, als een pelgrim die een vitale boodschap toevertrouwt aan de metafoor van zijn dierbaren.

De kapel van de Rond-Chêne herbergt een declinatie van de mystiek van het koppel volgens Karine Marenne & Messieurs Delmotte: Beiden toegedekt op een plek waar Zij (het kind van hier), de onverbiddelijke ontwikkeling heeft kunnen volgen van het systematisch omruilen van de boerenoveral voor het nette kostuum van de plattelandstedeling. Het kunstenaarskoppel behandelt dit thema trouwens in het concrete landschap.

Patricia Martin. De kunstenares laat de wegen en paden van douaniers en smokkelaars elkaar kruisen door de poreusheid van de grens tussen werkelijkheid en fictie op de proef te stellen. Haar homoniem Jed Martin is de held van Michel Houellebecq’s roman “La carte et le territoire” –belichaamd door de schilder Bernard Gaube wiens werk de muren van de performance ruimte bekleedt. Jed Martin staat centraal in een nieuw hoofdstuk van de romaneske waarheid van het feuilleton « Patrick » (voor het eerst gespeeld met haar zus Marie-France in 2008). Maar misschien is hij ook een nieuwe aflevering van de serie « Dépays ». Hoe het ook zij, hij ligt in het verlengde van de video « Du noir dans le vert » ontworpen voor de expositie Speelhoven ’04. Let’s see…

Ook JeanF Jans zet dat toegeeflijke heen en weer tussen mythe-fictie-werkelijkheid voort in twee liefdesbrieven, opgesteld in tegenwoordige tijd. Het overwicht van de lichamelijke liefde op de spirituele kracht (brief van Eloise aan Abelard) en een wapenstilstand in de oorlog van “alternatieve werkelijkheden” in een korte film, opgenomen in het toekomstige Maison de la Mémoire in Tourinnes (Frihantise).

Al dat geheugenstof verkleint met de inbreng van kunstenaars en dorpsbewoners van evenveel elementen, kenmerkend voor hun leven als goudzoekers onder het gewicht van de pletwals van Joëlle Verstraeten . Weg van het asfalt en aansluitend bij de historische lijn van clandestiene druktechnieken. Er ontstaan vreemde lijnen en filigranen, lijkend op de informatienetwerken die ons denken en doen moeten cryogeniseren en het ongetwijfeld weer opwekken voor de grote generale repetitie van de toekomst.

Manu vb Tintoré & JeanF Jans,
Curators